In het restaurant

[2011] Met mijn vriend ben ik een weekendje weg in Brabant. We slapen in een heerlijk hotel, vlak naast de bosrand. Op de eerste avond gaan we altijd graag uit eten en we hebben vanavond om 18:30 gereserveerd. We krijgen een plekje toegewezen en gaan lekker zitten. De ober komt direct onze kant op en geeft ons de menukaarten. Hij vraagt me wat ik wil drinken en ik antwoord: “Zoete witte wijn alstublieft!” De ober schrijft geamuseerd mijn keuze op. Hij kijkt me vervolgens met een wijze blik aan.”Je bent net begonnen met wijn drinken? Leuk hoor! Ja zo gaat dat, dan begin je met zoete witte wijn, dan wordt het droge wijn en dan uiteindelijk begin je aan de rode wijn.” Ik voel me licht beledigd, omdat hij me zojuist als een beginner omschrijft. Ik denk erover om hem terug te antwoorden dat ik al sinds mijn 12e rode wijn drink (oké, ik kreeg één slokje bij opa en oma), maar ik houd mijn mond. Één betweter is al genoeg. Als de ober weer wegloopt, rol ik met mijn ogen en kan ik er wel om lachen. Bij het bestellen van de hoofdgerechten zet ik me schrap. Ik bestel een zalmsalade en biefstuk. De ober vraagt me met een veelbetekenende blik hoe ik mijn biefstuk bereid wil hebben. “Ik wil mijn biefstuk graag raw, alstublieft.” Ik tuit mijn lippen om het engelse woord er zo goed mogelijk uit te krijgen. Ik mag dan van rood vlees houden, maar ik heb het wel op een elitaire wijze besteld. “Pardon?” antwoordt de ober. Ik herhaal: “raw, alstublieft.” De ober kijkt me aan alsof ik al te veel zoete witte wijn heb gedronken. Na een moment zegt hij: “O, u bedoelt rood!” Sjongejonge, nou die kent z’n vaktermen hoor. Hij kijkt me wederom triomfantelijk aan. Got you again, girl.  Ik onderdruk de drang om hem te antwoorden dat hij zeker nog een beginner is. Kapsones-ober. Bij het dessert begrijpen we elkaar, als ik met een Franse uitspraak een dame blanche bestel. Ondanks dat het eten heerlijk was, ben ik toch licht opgelucht dat we weer opstappen. De volgende avond bestel ik patat met kroketten.

Never dull moments

 

Advertenties

Bij de kapper

[2015] Ik ben altijd al lui geweest als het op mijn haar aankomt. Sinds dat ik klein ben, draag ik mijn haar eigenlijk altijd al in een staart of in een knot. Op de een of andere manier vind ik los haar gewoon niet lekker zitten en het valt ook nooit zo mooi. Aan het begin van dit jaar is mijn haar vrij lang en het is eigenlijk wel weer tijd om er een stuk af te laten knippen. Met mijn vingers ga ik door mijn haar en ik bedenk me dat het misschien ook wel een goed idee is om mijn haar te doneren. Het lijkt me heel fijn om op deze manier mijn steentje bij te dragen aan een mooie pruik voor een ziek meisje. Zo gezegd, zo gedaan. In juni zit ik in de stoel van de kapper en ik ben toch eigenlijk best wel zenuwachtig. Mijn zus is mee om me door de spanning heen te slaan en natuurlijk om foto’s te maken. De kapster zet twee vlechten van 30 cm in mijn haar en voor ik het weet is de eerste vlecht al van mijn hoofd geknipt. Wat een raar gevoel! Alle klanten in de kapperszaak kijken mijn kant op en knikken me bemoedigend toe. Hop, daar gaat de andere vlecht. Het is echt bizar hoe licht je haar dan voelt, als twee lange vlechten er in één keer afgeknipt zijn. Binnen een uur heeft de kapster een Bob in mijn haar geknipt en ben ik ready to go. Mijn zelfvertrouwen moet weer even wat groeien, omdat ik zo lang met lang haar heb rondgelopen, maar ik vind het met de minuut leuker worden. De kappers komen in een rondje om me heen staan en zeggen dat ze het heel stoer van me vinden en dat het korte haar me goed staat. De kapster die mij geknipt heeft doet er nog een schepje bovenop: “Ja, dit staat echt fantastisch bij je vierkante hoofd! Veel beter dan die staart die je net had.” En bedankt. Ik ben dus mijn hele leven als een dobbelsteen door het leven gegaan? Ik pers er een lach uit en zeg dat ik haar heel dankbaar ben. Als ik later buiten loop, herken ik mezelf amper terug in de winkelruiten. De opmerking heeft me trouwens wel aan het denken gezet. Tot vandaag dácht ik dat er nog maar 1 moment in mijn leven geweest is dat ik er echt vierkant uitzag en dat was tijdens carnaval in groep 1. Het leek mijn moeder een leuk idee om mijn zus en mij één middag als kartonnen vierkant en driehoek door het leven te laten gaan. Wat ik me van deze middag herinner is heel veel gejeuk, me niet goed kunnen bewegen en een pijnlijke blaas. Na 2 uur heeft de juf mijn moeder gebeld of ze de huilende Mondriaanfiguren alsjeblieft weer kon ophalen en ze op de wc kon zetten.

Inmiddels is mijn haar langer en ga ik weer vrolijk vierkant door het leven. In ieder geval heb ik nu wel altijd mijn antwoord klaar op de vraag wat nou in vredesnaam het verschil is tussen mij en m’n zus.

Never dull moments

Mijn rij-examen

[2011] Al vrij snel tijdens de rijlessen blijkt dat autorijden me best makkelijk afgaat. Ik vind het leuk, de sfeer met de instructeur is goed en ik ga snel vooruit. Na 5 maanden mag ik dan ook al afrijden! Ondanks het feit dat ik dus best goede skills heb getoond tijdens mijn rijlessen, ben ik behoorlijk zenuwachtig voor vandaag. Het is namelijk gebleken dat ik tijdens examens nog wel eens gekke dingen kan doen. Zo heb ik op mijn Tussentijdse Toets de bijzondere verrichtingen wel op héle bijzondere manieren verricht, om het maar even samen te vatten. Daar heb ik dus mooi geen vrijstelling voor gehaald. Toch hebben we de laatste weken goed geoefend op het inparkeren en vandaag ben ik er klaar voor! Mijn rij-instructeur stapt achterin de auto en zo zitten we met zijn drieën in de auto. Mijn rij-examinatrice is een vrouw met kort, zwart haar en een vriendelijk gezicht. Ik stuur de auto naar links en manoeuvreer de auto soepel naar het eerste stoplicht. Ik ontspan me een beetje. Dit gaat misschien nog best wel lukken! Ik trek weer op en we rijden de ringweg op. Ik rij keurig 80 en kijk goed in mijn spiegels. We naderen inmiddels het tweede stoplicht en dit is het moment dat het goed misgaat. Het verdomde stoplicht springt namelijk op oranje, precíes op zo’n twijfelpunt of je moet doorrijden of stoppen. Nu – vijf jaar later – zou ik doorgereden zijn, maar bij het rij-examen dien je de stoplichten toch zoveel mogelijk te respecteren. Ik trap dus vol op mijn rem en kom met een enorme kracht tot stilstand. Ik kan het stoplicht nog nét zien, omdat we voor driekwart over de stopstreep zijn gecrossed. Foutje. De vriendelijke blik van mijn examinatrice is in geen velden of wegen meer te bekennen. Tot grote vreugde van mijn nek springt het stoplicht snel weer op groen en ik stuur de auto de rotonde op. Met mijn rij-instructeur heb ik precies geleerd welke banen ik moet pakken voor deze rotonde en het gaat gelukkig goed. De examinatrice stelt me wat vragen, om de sfeer in de auto zo ontspannen mogelijk te houden. Zo vraagt ze me naar mijn hobby’s en naar mijn school. Het is beleefd van haar dat ze me vragen stelt, maar ik behoor tot de categorie ‘mannen’ als het gaat om multitasken. Het gaat dan ook fout wanneer ze me vraagt in welke klas ik zit. Op het moment dat ik antwoord geef, kijk ik naar de versnellingsindicator, die aangeeft dat ik naar versnelling 3 moet schakelen. “Ik zit in VWO 3”. Eh, nee wacht. Blackout. “VWO 6!” Op dat moment neem ik de bocht en ram ik bijna een kliko van de stoep. Mijn hart begint sneller te bonzen en ik besef me dat het wel eens kan gaan mislukken. Bij de volgende rotonde scheur ik enthousiast in z’n 3 een rondje (waarom in Godesnaam? Ik rij rotondes altijd in z’n 2!), waarbij de vrouw demonstratief het handgreepje boven haar hoofd pakt. Pffff. Mijn bijzondere verrichtingen gaan gelukkig wel goed. Als ik weer veilig bij het CBR geparkeerd heb, stap ik met lood in mijn schoenen uit. De examinatrice houdt de deur van het gebouw voor me open en neemt direct mijn laatste hoop weg: “Nou, dat ging niet zo goed hè? Voor de vorm gaan we nog maar even aan tafel zitten.” In die 2 minuten leer ik twee dingen: ik mag dan nu misschien tijdelijk falen in afrijden, maar deze vrouw faalt in ieder geval behoorlijk op het gebied van discretie. Op de terugweg bel ik mijn ouders dat het ‘niet zo goed ging’ en dat ik dus gezakt ben. Ik babbel nog wat met mijn rij-instructeur en die middag eet ik zoveel chocoladetaart als ik maar wil.

Never dull moments

Op schoot

[2015] Het is voorjaar en ik ben vandaag aan het oppassen op mijn kleine neefje. Het is de eerste keer dat ik in mijn eentje op een baby oppas en dat is nog best spannend, maar vooral heel leuk! Samen met de moeder van de baby heb ik alles op het instructielijstje doorgenomen: hoe laat hij zijn flesje krijgt, op welk tijdstip hij naar bed gaat en welke kleertjes ik hem kan aantrekken als dat nodig blijkt te zijn. Ik voel me een trotse tante op het moment dat ik mijn neefje keurig op tijd de fles geef. Het is geweldig om zoveel tijd met hem door te brengen. Ik geef hem alle aandacht: lekker knuffelen, spelen, zingen… een topdag! Plotseling verschijnen daar wat kleine babytraantjes. Ik begin meteen een gekke act en ik weet de traantjes voor even weg te toveren. De traantjes komen echter terug en algauw begint er een flinke huilpartij. Hij trapt in geen één van mijn pogingen om hem te troosten. Een schone luier werkt niet, zijn speelgoed vrolijkt hem niet op en “op een grote paddenstoel” waardeert hij al helemaal niet! Dan spuugt hij zijn kleertjes onder. Verwonderd kijk ik hem aan, want het lijkt wel alsof alle melk die ik hem net gegeven heb, nu op zijn shirt zit! Ik breng hem naar boven en ik trek hem een schoon pakje aan. Hoe kan ik deze oppasdag nou zo verprutsen, wat is er toch aan de hand? Ik word met de minuut wanhopiger. Alle wereldproblemen verdwijnen naar de achtergrond, het enige wat nu telt is dat ik mijn neefje weer wil zien lachen. Op dat moment gaat mijn telefoon. Hallelujah, het is de vader van mijn neefje! Hij vraagt me hoe het gaat en ik barst wanhopig los: “Hij stopt maar niet met huilen! Ik heb hem eten gegeven, gewandeld, gezongen, zijn luier verschoond (…)” Ik noem het rijtje van mijn rescue-acties op. De vader blijft kalm en vertelt me dat hij aan het geluid van het gehuil herkent dat zijn zoontje honger heeft. “Geef hem anders nog maar een beetje voeding”. Nadat ik nieuwe adviezen heb gekregen, weeg ik de schepjes melkpoeder af en maak ik een nieuw flesje. Even later is hij aan het drinken en dit doet hij op zo’n gulzige manier, dat ineens het kwartje valt. Om het even te checken, loop ik naar het instructiebriefje op tafel en jahoor, ik zie meteen mijn error. “4 schepjes melkpoeder voor 120 ml water”. Gossie, ik heb hem net maar 1 schepje gegeven. Vandaar al dat gespuug!  Met een ernstige blik kijkt hij me aan tijdens het drinken. “I know what you did there, auntie”. Ik begin weer te zingen en deze keer lijkt hij het gelukkig wel te waarderen.

Een paar dagen later zie ik mijn neefje weer. Een beetje angstig buig ik me over hem heen, zou hij me iets kwalijk nemen? Hij lacht me heel blij toe. Gelukkig, geen tantetrauma. Zijn moeder duwt me op dat moment grijnzend een flesje melk in mijn handen. “Hier, nieuwe poging!” Lief neefje, als je dit ooit leest: bij deze krijg je toestemming om me terug te pakken! Slappe koffie, dunne limonade, of juist ontzéttend sterke thee. Hopelijk zie ik je nooit meer zo erg huilen, want je hebt een veel te lieve lach! Kus van je tante.

Never dull moments

Bij de kassa

[2015] Ik loop op mijn gemakje rond bij de Intermarché om mijn eerste boodschappen in Frankrijk te doen. Het voelt echt leuk om voor mijn eigen huishouden te winkelen! Even later leg ik de peper, zout, olijfolie, wasmiddel en andere basisspullen op de band. Voor me staat een oud vrouwtje en tot mijn grote vreugde betaalt ze met een cheque. Waar alle Fransen haar geërgerd aanstaren omdat het wat meer tijd in beslag neemt, kijk ik geïnteresseerd naar het chequeboekje en de krakende machine waar de cheque doorheen gaat. Dan ben ik aan de beurt. Ik laad mijn tassen vol en pak mijn pinpas om te betalen. Het is in totaal €19 euro. Toch een leuke mijlpaal, mijn eerste boodschappen! Dan hoor ik een piep die door merg en been gaat en ik staar de kassajongen aan. “Ça marche pas, votre carte. Vous avez d’argent liquide?” Ik heb toch echt Frans gestudeerd, maar omdat ik deze situatie niet verwachtte, vraag ik hem om de vraag te herhalen.  Euh, you got eh.. cash?”  probeert hij in moeizaam Engels. Lief, maar toch een beetje een belediging. Ik antwoord dat ik geen cash heb. De man achter mij in de rij doet een stap naar voren en vertelt me in perfect Engels (Go, Fransman!) dat ik bij de machine verderop kan pinnen. Ik moet een beetje lachen omdat ik als een idiote Engelse toerist overkom en besluit om deze rol maar mee te spelen. “Thank you”. Waarom kan ik geen €19 pinnen? Ik zet mijn dataroaming aan en ik check mijn bankrekening, waar het lullige bedrag van €18,20 op staat. HAHA. Ik loop weer terug naar de kassa en vertel in foutloos Frans dat mijn rekening me een beetje in de steek heeft gelaten en dat ik 80 cent tekort kom. Of hij alstublieft de chocopasta van de bon af kan halen en of ik alsnog mag pinnen. Ik kan een triomfantelijke blik niet weerstaan als hij me verbaasd aankijkt dat ik gewoon Frans spreek. Nadat ik hem heb uitgelegd dat ik hier kom werken als taalassistent Nederlands, heet hij me welkom in Duinkerke en wenst hij me veel plezier. Met het wcpapier onder mijn arm loop ik richting mijn auto. Ondanks dat ik nog maar €0,50 op mijn rekening heb staan, voel ik mij rijk. Het Franse avontuur is begonnen!

Never dull moments

Op het fietspad

Zo, de eerste werkdag na de vakantie zit er weer op. Ondanks het feit dat de leerlingen veel black-outs hebben en vergeten zijn hoe ze ook alweer fatsoenlijk Nederlands moeten spreken, is het heel leuk om weer op school te zijn. Voor de terugtocht op de fiets is het inmiddels mijn gewoonte om op de fiets mee te zingen met de muziek op mijn iPod. Na een paar minuten fietsen sta ik even later voor het stoplicht en het liedje Youtopia van Owl City en Armin van Buuren begint. Het gaat me net iets te ver om hardop te zingen als er mensen voor mijn neus oversteken op het zebrapad, dus ik hou netjes even mijn mond. Na een tijdje springt het stoplicht op groen en ik maak weer snelheid. Het eerste couplet is bijna afgelopen en ik open mijn mond om weer te zingen: “Cause you’re my sweetest dream come true”. Op het moment dat ik “true” zing, kijk ik recht in de ogen van een middelbare vuilnisman met enorme borstelige wenkbrauwen. Hij weet zijn harige materiaal goed te besturen, want binnen één seconde tovert hij zowel een frons als een stralende blik op zijn gezicht. O god, ben ik zojuist zingend vreemdgegaan?

Never dull moments

 

Uit mijn tas

[2014] Oh my lord, wat heeft híj nou weer in zijn mond?! Ik kijk Darcy (onze lieve, ietwat bijzondere kat) aan en hij kijkt uitdagend terug. Het ziet er echt belachelijk uit. Omdat ik het nog niet helemaal geloof, loop ik naar de gang om mijn spullen te controleren. Mijn tas ligt er wel héél verdacht bij. Ik weet dat ik lui ben, maar ik weet zeker dat ik mijn tas niet open en bloot midden op de gang heb gelegd. Darcy staat achter me en laat de tampon uit zijn mond vallen. Het lijkt precies op de schaakmat-scène van Harry Potter en de Steen der Wijzen, op het moment dat Harry het schaakspel heeft voltooid. “Zo, die heb ik mooi uit jouw tas gepikt” lees ik in Darcy’s gezichtsuitdrukking. En ja hoor, mijn ‘voorraadtampon’ is inderdaad uit mijn tas verdwenen. Darcy miauwt en blijft me aankijken. “Daan, ik geloof dat we een kat hebben met een tamponfetisj.” Daan pakt de tampon op en loopt er mee naar de kamer. Darcy volgt hem op een drafje. Als Daan de tampon even later weggooit, rent Darcy er als een malloot achteraan. Binnen een paar seconden komt hij aangalopperen met de Kruidvat Super tussen zijn tanden. Het tijdperk waarin we bij de supermarkt extra tampons inslaan (middelgrote, die vindt Darcy het fijnst) en het normaal vinden dat dit onze nieuwe huisaccessoires zijn, is aangebroken. Onze kat is uit de kast: hij houdt van apporteren.

Never dull moments

In mijn slaapkamer

[2011] “DOR! Er zit er weer één!!” Ik staar vol afschuw naar mijn plafond en het eerste wat ik denk is: mijn zus moet NU komen. In de jaren dat mijn zus en ik opgroeien, wordt het al snel duidelijk dat – ondanks het feit dat we een eeneiige tweeling zijn – we niet overal hetzelfde in zijn. Zo ben ik 1 cm langer, zijn mijn voeten 1 maat groter en ben ik bang voor spinnen. “Kom nouuuuu! – Jahaaaa.” Even later komt mijn stoere zus met een beker en een papiertje aanlopen die nu standaard al klaarliggen in haar kamer. Verveeld vraagt ze me waar hij nu weer zit. Ik wijs naar mijn linkerbovenhoek. Behendig klimt ze de ladder van mijn hoogslaper op om bij de engerd in de buurt te komen. Ik sluip mijn kamer uit, want ik wil een eventuele mislukte operatie niet zien. Ik loop richting haar kamer om de 5 cent op haar bureau te leggen. Inderdaad, ik betaal mijn zus voor spinnen verwijderen. “Ja hallo, dit is wel een hele dikke!” roept mijn zus verontwaardigd vanuit mijn kamer. “Die is duurder hoor, die krijgt obesitas toeslag!”

Never dull moments

Op de snelweg

[2015] Bepakt en bezakt ben ik in september op weg naar Duinkerke, waar mijn nieuwe avontuur eindelijk gaat beginnen. Sinds januari weet ik nu dat ik die kant op ga en nu is het dan eindelijk zo ver! Ik rij inmiddels in West-Vlaanderen en ik moet nog zo’n 30 km. Achter mij ligt een enorme stapel met dozen, wat er echt belachelijk uit moet zien voor de andere autobestuurders. Sowieso valt mijn auto natuurlijk wel op, met mijn Nederlandse nummerbord op de snelweg richting het niet zo héél populaire Noord-Frankrijk. Mijn auto heb ik nu sinds de zomer en ik ben er ontzettend blij mee! Het is een automaat en voor een auto uit 1995 rijdt hij echt heerlijk! Ik heb er nog geen omkijken naar gehad en er is tot nu toe nog niets mee aan de h… Hee, wat zit die vrachtwagen nou te seinen? Nou ja, hij reed vast over een drempel ofzo. Hij seint nog een keer. Ik ben de enige auto die nu bij hem in de buurt rijdt, dus hij moet het wel tegen mij hebben. Wat bedóélt hij? Hij seint hij nog een keer. Mijn hartslag gaat wat sneller tekeer. Er is toch niks met mijn auto aan de hand? Ik heb mijn Hiyundai helemaal volgepropt, maar dat kan toch geen kwaad? Hij is net uit de keuring! Er komt toch geen rook uit mijn uitlaat? De vragen schieten door mijn hoofd en mijn hart gaat steeds sneller tekeer. Na de vrachtwagen nog drie keer te hebben zien seinen, begin ik echt een beetje ongerust te worden. Ik schuif op naar de linkerbaan en verminder van snelheid, zodat ik op gelijke hoogte met de vrachtwagen kom te rijden. Ik kijk hem met een beetje ongeruste ogen aan en de chauffeur wappert met zijn handen. Vreemd, wat betekent dát nou weer?! Het gewapper ziet er stiekem best grappig uit, maar vanwege de situatie kan ik er niet om lachen. Ik ga weer voor hem rijden en hij gaat weer tekeer met zijn lichten. Voor de zekerheid neem ik de eerstvolgende afslag, omdat ik met eigen ogen wil zien hoe verlept mijn auto er uit zal zien. De vrachtwagen knippert met zijn richtingaanwijzer en volgt me richting de afslag. Ik heb direct een noodplan in mijn hoofd voor als het een enge Belg blijkt te zijn. Ik parkeer mijn auto op de parkeergarage van het benzinestation en ik loop een rondje om mijn auto. Er is niets te zien. De chauffeur stapt uit en lacht vriendelijk naar me. Het is geen enge Belg. “Hallo meneer, is er misschien iets met mijn auto aan de hand?” De chauffeur lacht en antwoordt dat mijn auto er zeer proper uitziet. Ik vraag hem waarom hij dan als een malle aan het seinen was. “Och, ja, ik verveelde me een beetje en ik vind het nou zo leuk om híér een Nederlander te zien!” Ik krijg bijna een hartaanval omdat een chauffeur zich verveelt. “Ik heb zelf ook in Nederland gewerkt, als hoefsmid! Niet voor paarden hoor, maar voor koeien. Prachtige poten hebben die beesten!” Ik ontdooi een beetje en vind hem toch wel grappig met zijn enthousiaste stem. We praten een tijdje en hij wenst me veel succes met mijn verhuizing. Ik start mijn auto en ik moet lachen om mijn naïviteit.

Never dull moments

In de berging

Ik vind mezelf echt niet dom ofzo, maar soms maak ik gewoon toevallig iets mee waarbij mijn inzicht me soms ietwat in de steek laat. Op oudejaarsavond heeft een vriendin een wegwerpcamera meegenomen en we hebben er de grootste lol mee. Het leuke van zo’n camera is dat je voorlopig niet ziet hoe de foto’s zullen worden en dat je dus uiterst charmant en ongegeneerd kunt poseren. Op een gegeven moment krijg ik de camera in mijn handen en ik besluit om een wegwerpcamera-selfie bij de wasmachine te maken. Een vriend die op dat moment van de wc komt loopt mee en poseert ook voor mijn foto. Op het moment dat ik de foto wil maken, krijgt hij ineens de slappe lach. Ik bewonder het altijd als mensen echt kunnen lachen op een foto, maar dit is wel heel enthousiast! In ieder geval werkt het wel op mijn lachspieren, dus de foto wordt er wel weer eentje met een echte lach, leuk! “Eh Lau, misschien moet je de camera even draaien.” Ik bekijk vlug onze achtergrond en antwoord: “O ja dat is wel een goeie! Verticaal is mooier he?” Ik draai de camera een kwartslag en wil de foto maken, maar op dat moment zakt het fotomodel naast mij door de knieën van het lachen en kan hij echt onmogelijk nog in beeld zijn. Na hem drie seconden vreemd aangestaard te hebben, realiseer ik me dat ik op het punt sta om een foto te maken van de voorraadkast voor mijn neus. We staan uiteindelijk huilend van het lachen op de foto.

Never dull moments